Al-Mursalaat
Al-Moersilat
De Uitgezondenen
بِسۡمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحۡمَـٰنِ ٱلرَّحِیمِ
Bismi Allah Ar-Rahman Ar-Rahim
- 1 وَٱلۡمُرۡسَلَـٰتِ عُرۡفࣰا
Wal moersalaat oerfan
Ik zweer bij de engelen die door God gezonden zijn, en elkander in eene aanhoudende reeks opvolgen.
- 2 فَٱلۡعَـٰصِفَـٰتِ عَصۡفࣰا
Fal'asifat asfan
Bij hen die zich snel bewegen met eene snelle beweging;
- 3 وَٱلنَّـٰشِرَ ٰتِ نَشۡرࣰا
Walnasjira geloof te nasjran
En bij hen die zijne bevelen verspreiden. Door die op aarde bekend te maken,
- 4 فَٱلۡفَـٰرِقَـٰتِ فَرۡقࣰا
Fal-fa-rie-ka-tie farkan
En bij hen die waarheid van leugen afscheiden, door die te erkennen.
- 5 فَٱلۡمُلۡقِیَـٰتِ ذِكۡرًا
Falmulkijati dhikra
En bij hen die de goddelijke vermaning mededeelen.
- 6 عُذۡرًا أَوۡ نُذۡرًا
oezran au noezra
Ter verontschuldiging of bedreiging.
- 7 إِنَّمَا تُوعَدُونَ لَوَ ٰقِعࣱ
toea'adoenon lava geloof Kaf
Waarlijk, wat wij beloofd hebben, is onvermijdelijk.
- 8 فَإِذَا ٱلنُّجُومُ طُمِسَتۡ
feidha An-noedjoem toemeset
Als de sterren zullen worden uitgedoofd.
- 9 وَإِذَا ٱلسَّمَاۤءُ فُرِجَتۡ
wa iza As-samaa Foeriedzjet
En de hemel gespleten,
- 10 وَإِذَا ٱلۡجِبَالُ نُسِفَتۡ
wa iza Al-djiebaaloe noesefet
Als de bergen zullen uiteenstuiven.
- 11 وَإِذَا ٱلرُّسُلُ أُقِّتَتۡ
wa iza Ar-roesoeloe Oektiet
En als den gezanten een tijdstip zal zijn aangewezen, om te verschijnen en getuigenis tegen hun eigen volk af te leggen.
- 12 لِأَیِّ یَوۡمٍ أُجِّلَتۡ
Leh ay jaum oedzjilat
Tot op welken dag zal men het einde uitstellen?
- 13 لِیَوۡمِ ٱلۡفَصۡلِ
Lejomi Al-Fasli
Tot den dag der scheiding.
- 14 وَمَاۤ أَدۡرَىٰكَ مَا یَوۡمُ ٱلۡفَصۡلِ
adraka ma jaum Al-Fasli
En wat zal u doen begrijpen, wat de dag der scheiding is?
- 15 وَیۡلࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ لِّلۡمُكَذِّبِینَ
Wail jomiz Lielmoekazzibien
Op dien dag, wee over hem, die de profeten van bedrog beschuldigde!
- 16 أَلَمۡ نُهۡلِكِ ٱلۡأَوَّلِینَ
Alam nuhliki Al-awwalien
Hebben wij niet de vroegere, hardnekkige ongeloovigen verdelgd?
- 17 ثُمَّ نُتۡبِعُهُمُ ٱلۡـَٔاخِرِینَ
thoemma Noetbi'oehoem Al-akhirien
Wij zullen ook die van latere tijden hen doen volgen.
- 18 كَذَ ٰلِكَ نَفۡعَلُ بِٱلۡمُجۡرِمِینَ
kaza geloof leka naf'alo Bie l-moedjrimien
Zoo handelen wij met de snoodaards.
- 19 وَیۡلࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ لِّلۡمُكَذِّبِینَ
Wail jomiz Lielmoekazzibien
Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!
- 20 أَلَمۡ نَخۡلُقكُّم مِّن مَّاۤءࣲ مَّهِینࣲ
Alam nach-loek-koem min maa mahien
Hebben wij u niet van een nietigen droppel zaad geschapen.
- 21 فَجَعَلۡنَـٰهُ فِی قَرَارࣲ مَّكِینٍ
Fa-dja-lna-hoe fee karar Makien
Dien wij in eene zekere bewaarplaats stelden.
- 22 إِلَىٰ قَدَرࣲ مَّعۡلُومࣲ
iela kadar ma'loem
Tot de bepaalde tijd der verlossing was gekomen?
- 23 فَقَدَرۡنَا فَنِعۡمَ ٱلۡقَـٰدِرُونَ
fakadarna fanim Al-Qadirun
En wij waren in staat dit te doen; want wij zijn machtig.
- 24 وَیۡلࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ لِّلۡمُكَذِّبِینَ
Wail jomiz Lielmoekazzibien
Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!
- 25 أَلَمۡ نَجۡعَلِ ٱلۡأَرۡضَ كِفَاتًا
Alam nadzjali Al-ard kefatan
Hebben wij de aarde niet zóó gemaakt, dat zij bevat
- 26 أَحۡیَاۤءࣰ وَأَمۡوَ ٰتࣰا
ahjaun Oeamoea geloof ta
De levenden en de dooden?
- 27 وَجَعَلۡنَا فِیهَا رَوَ ٰسِیَ شَـٰمِخَـٰتࣲ وَأَسۡقَیۡنَـٰكُم مَّاۤءࣰ فُرَاتࣰا
Wadjaalna fieha roa geloof seja Sjamiechat wa-asqaynakom Foerataan
En hebben wij daarop geene vaste, verhevene bergen geplaatst en u zuiver water te drinken gegeven?
- 28 وَیۡلࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ لِّلۡمُكَذِّبِینَ
Wail jomiz Lielmoekazzibien
Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!
- 29 ٱنطَلِقُوۤا۟ إِلَىٰ مَا كُنتُم بِهِۦ تُكَذِّبُونَ
Intalikoe iela ma koentoem behi toekazzieboen
Men zal tot hen zeggen: Gaat ter straf, welke gij als eene valschheid hebt geloochend.
- 30 ٱنطَلِقُوۤا۟ إِلَىٰ ظِلࣲّ ذِی ثَلَـٰثِ شُعَبࣲ
Intalikoe iela Dhill zie salasi sjoeb
Gaat in de schaduw van den rook der hel, welke in drie kolommen zal opstijgen.
- 31 لَّا ظَلِیلࣲ وَلَا یُغۡنِی مِنَ ٱللَّهَبِ
la Zaliel jughnie mina Allahabi
En die u noch voor de hitte beveiligen, noch tegen de vlam van dienst wezen zal.
- 32 إِنَّهَا تَرۡمِی بِشَرَرࣲ كَٱلۡقَصۡرِ
Innaha termi besjarar kal kasri
Maar hij zal vonken, zoo groot als torens, uitwerpen.
- 33 كَأَنَّهُۥ جِمَـٰلَتࣱ صُفۡرࣱ
ka'anna-hoe Djemaalet soefr
Gelijkende in hare kleur op gele kemels,
- 34 وَیۡلࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ لِّلۡمُكَذِّبِینَ
Wail jomiz Lielmoekazzibien
Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!
- 35 هَـٰذَا یَوۡمُ لَا یَنطِقُونَ
haza jaum jantikoena
Dit zal een dag wezen, waarop de schuldigen sprakeloos zullen zijn.
- 36 وَلَا یُؤۡذَنُ لَهُمۡ فَیَعۡتَذِرُونَ
joe-azzanoe lahum faja'tzirun
En het zal hun niet geoorloofd worden, zich te verontschuldigen.
- 37 وَیۡلࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ لِّلۡمُكَذِّبِینَ
Wail jomiz Lielmoekazzibien
Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!
- 38 هَـٰذَا یَوۡمُ ٱلۡفَصۡلِۖ جَمَعۡنَـٰكُمۡ وَٱلۡأَوَّلِینَ
haza jaum Djamanakoem Wal aw-wileen
Dit zal de dag der scheiding wezen, waarop wij zoowel u, als uwe voorgangers zullen verzamelen.
- 39 فَإِن كَانَ لَكُمۡ كَیۡدࣱ فَكِیدُونِ
fe-in kana lakum kajd fekidoene
Indien gij dus eene doordachte list bezit, gebruikt die dan tegen mij.
- 40 وَیۡلࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ لِّلۡمُكَذِّبِینَ
Wail jomiz Lielmoekazzibien
Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!
- 41 إِنَّ ٱلۡمُتَّقِینَ فِی ظِلَـٰلࣲ وَعُیُونࣲ
Inna Al-moettaqien fee Zilal va'joen
Maar de vrome zal te midden van schaduwen en fonteinen wonen.
- 42 وَفَوَ ٰكِهَ مِمَّا یَشۡتَهُونَ
vafava geloof keha mema jasjtoeona
En te midden van vruchten van allerlei soort, welke zij zullen begeeren.
- 43 كُلُوا۟ وَٱشۡرَبُوا۟ هَنِیۤـَٔۢا بِمَا كُنتُمۡ تَعۡمَلُونَ
koeloe wasjroeboe Hania bima ta'maloen
En men zal tot hen zeggen: Eet en drinkt met goede spijsvertering, ter belooning voor hetgeen gij zult hebben verricht.
- 44 إِنَّا كَذَ ٰلِكَ نَجۡزِی ٱلۡمُحۡسِنِینَ
kaza geloof leka nadzjzie Al-moehsinien
Want zoo beloonen wij de rechtvaardigen.
- 45 وَیۡلࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ لِّلۡمُكَذِّبِینَ
Wail jomiz Lielmoekazzibien
Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!
- 46 كُلُوا۟ وَتَمَتَّعُوا۟ قَلِیلًا إِنَّكُم مُّجۡرِمُونَ
koeloe oe tammattau kalielan Innakum moedjriemoen
Eet, o ongeloovigen? en geniet de genoegens van dit leven voor een korten tijd. Waarlijk, gij zijt zondaren.
- 47 وَیۡلࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ لِّلۡمُكَذِّبِینَ
Wail jomiz Lielmoekazzibien
Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!
- 48 وَإِذَا قِیلَ لَهُمُ ٱرۡكَعُوا۟ لَا یَرۡكَعُونَ
wa iza Kiela lahum Irkaoe jark'aunoe
En als hun gezegd wordt: Buigt u neder, dan buigen zij niet neder.
- 49 وَیۡلࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ لِّلۡمُكَذِّبِینَ
Wail jomiz Lielmoekazzibien
Wee op dien dag over hen, die de profeten van bedrog hebben beschuldigd!
- 50 فَبِأَیِّ حَدِیثِۭ بَعۡدَهُۥ یُؤۡمِنُونَ
fe-bej-ji Hadith ba'dahoe joemienoen
In welke nieuwe openbaring, zullen zij na deze gelooven?
This surah in other languages
- বাংলা আল-মুরসালাত
- Bosanski El-Murselat
- Нохчийн Аль-Мурсалят
- Deutsch Al-Mursalāt
- English Al-Mursalat
- Español Al-Mursalāt
- فارسی المُرسِلات
- Français Al-Moursilate
- Hausa Al-Mursalāt
- עברית אל-מורסלאת
- हिन्दी अल-मुरसलात
- Bahasa Indonesia Al-Mursalat
- 日本語 アル=ムルサラート
- 한국어 알-무르살라트
- کوردی ئەلمورسەلات
- Bahasa Melayu Al-Mursalat
- Nederlands Al-Moersilat
- پنجابی المرسلات
- ਪੰਜਾਬੀ ਅਲ-ਮੁਰਸਲਾਤ
- پښتو المرسلات
- Português Al-Mursalāt
- Русский Аль-Мурсалят
- Soomaaliga Al-Mursalaat
- Shqip El-Murselat
- Kiswahili Al-Mursalat
- தமிழ் அல்-முர்சலாத்
- ไทย อัล-มุรซะลาต
- Türkçe Mürselat
- اردو المرسلات
- Oʻzbek Ал-Мурсалот
- 中文 穆尔赛拉特