Goddestination

Al-Qiyaama

Al-Qiyamah

De Opstanding

40 ayahsMeccanNederlands

Now playing Watch on YouTube

بِسۡمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحۡمَـٰنِ ٱلرَّحِیمِ

Bismi Allah Ar-Rahman Ar-Rahim

  1. 1 لَاۤ أُقۡسِمُ بِیَوۡمِ ٱلۡقِیَـٰمَةِ

    La Oeksiemoe bjeum Al-Qiyamah

    Waarlijk, ik zweer bij den dag der opstanding;

  2. 2 وَلَاۤ أُقۡسِمُ بِٱلنَّفۡسِ ٱللَّوَّامَةِ

    wela Oeksiemoe bilnafsi Allawwama

    En ik zweer bij de ziel die zich zelve beschuldigt.

  3. 3 أَیَحۡسَبُ ٱلۡإِنسَـٰنُ أَلَّن نَّجۡمَعَ عِظَامَهُۥ

    A jehsebu Al-insanoe Allan nadjma izamahoe

    Denkt de mensch, dat wij zijne beenderen niet bij elkander zullen verzamelen?

  4. 4 بَلَىٰ قَـٰدِرِینَ عَلَىٰۤ أَن نُّسَوِّیَ بَنَانَهُۥ

    Kadiriena an noesawieja bananahoe

    Ja, wij zijn in staat de kleinste beenderen zijner vingers bijeen te brengen.

  5. 5 بَلۡ یُرِیدُ ٱلۡإِنسَـٰنُ لِیَفۡجُرَ أَمَامَهُۥ

    joe-rie-doe Al-insanoe leif-djoer amahoe

    Maar de mensch verkiest zondig te zijn (te loochenen) den tijd die vóór hem is.

  6. 6 یَسۡـَٔلُ أَیَّانَ یَوۡمُ ٱلۡقِیَـٰمَةِ

    jessel ajjan jaum Al-Qiyamah

    Hij vraagt: Wanneer zal de dag der opstanding zijn?

  7. 7 فَإِذَا بَرِقَ ٱلۡبَصَرُ

    feidha berik Al-Basaro

    Maar als het oog verblind.

  8. 8 وَخَسَفَ ٱلۡقَمَرُ

    vachasaf Al-koemaroe

    Als de maan verduisterd zal wezen.

  9. 9 وَجُمِعَ ٱلشَّمۡسُ وَٱلۡقَمَرُ

    wadjoemia Ash-sjamsoe Wal-kamaro

    En de zon en de maan vereenigd zullen zijn.

  10. 10 یَقُولُ ٱلۡإِنسَـٰنُ یَوۡمَىِٕذٍ أَیۡنَ ٱلۡمَفَرُّ

    jaqoelo Al-insanoe Jawmaidhin aina Al-Mafarroe

    Op dien dag zal de mensch zeggen: Waar is een toevluchtsoord?

  11. 11 كَلَّا لَا وَزَرَ

    vazra

    Volstrekt niet. Er zal geene plaats zijn, om er heen te vluchten.

  12. 12 إِلَىٰ رَبِّكَ یَوۡمَىِٕذٍ ٱلۡمُسۡتَقَرُّ

    iela Rabbi-k Jawmaidhin Al-moestakarr

    Op dien dag zal de veilige rustplaats met uwen Heer zijn.

  13. 13 یُنَبَّؤُا۟ ٱلۡإِنسَـٰنُ یَوۡمَىِٕذِۭ بِمَا قَدَّمَ وَأَخَّرَ

    joenabbau Al-insanoe Jawmiez bima kadama wa-achara

    Op dien dag zal de mensch vernemen, wat hij het eerste en het laatste heeft gedaan.

  14. 14 بَلِ ٱلۡإِنسَـٰنُ عَلَىٰ نَفۡسِهِۦ بَصِیرَةࣱ

    bele Al-insanoe Ala nafsihi basira

    Ja, de mensch zal getuigenis tegen zich zelven afleggen.

  15. 15 وَلَوۡ أَلۡقَىٰ مَعَاذِیرَهُۥ

    velau Al-ka maazirahoe

    En hoewel hij zijne verontschuldigingen aanbiedt, zullen zij niet worden aangenomen.

  16. 16 لَا تُحَرِّكۡ بِهِۦ لِسَانَكَ لِتَعۡجَلَ بِهِۦۤ

    toe-har-riek behi Lesanaka le tedzjela

    Beweeg uwe tong niet (o Mahomet!) door (de openbaringen te herhalen, u door Gabriël gebracht, alvorens hij die geëindigd zal hebben), opdat gij haar spoedig in het geheugen zoudt prenten.

  17. 17 إِنَّ عَلَیۡنَا جَمۡعَهُۥ وَقُرۡءَانَهُۥ

    Inna alejna djama'hoe Wa koer'anahoe

    Want het verzamelen van den Koran in uw geheugen, en u de ware lezing daarvan te leeren, komen ons toe.

  18. 18 فَإِذَا قَرَأۡنَـٰهُ فَٱتَّبِعۡ قُرۡءَانَهُۥ

    feidha Koer'anahoe Fatibbiegh Koer-anoehoe

    Maar als wij u dien door de tong van den engel zullen hebben voorgelezen, volg dan de lezing daarvan.

  19. 19 ثُمَّ إِنَّ عَلَیۡنَا بَیَانَهُۥ

    thoemma Inna alejna bajanahoe

    En daarna belasten wij ons, u dien uit te leggen.

  20. 20 كَلَّا بَلۡ تُحِبُّونَ ٱلۡعَاجِلَةَ

    toe hiebb-oena Al-adzjila

    Gij zult volstrekt zoo haastig niet zijn voor de toekomst. Maar gij menschen bemint datgene, wat haastig voorbijgaat (het wereldsche).

  21. 21 وَتَذَرُونَ ٱلۡـَٔاخِرَةَ

    weta-daroen Al-achira

    En gij verwaarloost het volgende leven.

  22. 22 وُجُوهࣱ یَوۡمَىِٕذࣲ نَّاضِرَةٌ

    woezoeh jomiz Nazira

    Op dien dag zullen er aangezichten zijn, die met een levendigen glans zullen schitteren.

  23. 23 إِلَىٰ رَبِّهَا نَاظِرَةࣱ

    iela Rabbi-ha nazira

    En die hunne blikken naar den Heer zullen wenden.

  24. 24 وَوُجُوهࣱ یَوۡمَىِٕذِۭ بَاسِرَةࣱ

    vovoejoeh Jawmiez basira

    Er zullen dien dag ter nedergeslagen aangezichten wezen.

  25. 25 تَظُنُّ أَن یُفۡعَلَ بِهَا فَاقِرَةࣱ

    tazoennoe an joefala beha Fakira

    Zij zullen denken, dat er eene verpletterende ramp over hen zal worden gebracht.

  26. 26 كَلَّاۤ إِذَا بَلَغَتِ ٱلتَّرَاقِیَ

    ieza balagati At-taraqiya

    Zekerlijk. Als de ziel van den mensch (in zijn doodstrijd) tot zijne keel zal opstijgen.

  27. 27 وَقِیلَ مَنۡۜ رَاقࣲ

    wakiela Rak

    Als de omstanders zullen zeggen: Wie brengt een toovermiddel om hem te doen herstellen?

  28. 28 وَظَنَّ أَنَّهُ ٱلۡفِرَاقُ

    wa-zanna annahoe Al-firakoe

    Denkende, dat het oogenblik van zijn vertrek uit deze wereld is gekomen.

  29. 29 وَٱلۡتَفَّتِ ٱلسَّاقُ بِٱلسَّاقِ

    Waltafti Al-sak belsak

    En het eene been met het andere been zal worden verbonden.

  30. 30 إِلَىٰ رَبِّكَ یَوۡمَىِٕذٍ ٱلۡمَسَاقُ

    iela Rabbi-k Jawmaidhin Al-Masaqoe

    Op dien dag zal hij tot uwen Heer worden gedreven.

  31. 31 فَلَا صَدَّقَ وَلَا صَلَّىٰ

    fala saddaka

    Want hij geloofde niet, noch bad.

  32. 32 وَلَـٰكِن كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰ

    velakin kazzaba

    Maar hij beschuldigde Gods profeet van bedrog, en wendde zich af, in plaats van hem te gehoorzamen.

  33. 33 ثُمَّ ذَهَبَ إِلَىٰۤ أَهۡلِهِۦ یَتَمَطَّىٰۤ

    thoemma zahaba ahlihi jetamatta

    Daarop ging hij tot zijn gezin terug, met hoogmoed wandelende.

  34. 34 أَوۡلَىٰ لَكَ فَأَوۡلَىٰ

    awla laka Fa'ola

    Daarom, wee over u! het uur nadert.

  35. 35 ثُمَّ أَوۡلَىٰ لَكَ فَأَوۡلَىٰۤ

    thoemma awla laka

    Het nadert steeds. Wee! en nog eens wee over u; wee!

  36. 36 أَیَحۡسَبُ ٱلۡإِنسَـٰنُ أَن یُتۡرَكَ سُدًى

    A jehsebu Al-insanoe an joetraka Soedaa

    Denkt de mensch, dat hij geheel vrijgelaten zal worden, (zonder toezicht)?

  37. 37 أَلَمۡ یَكُ نُطۡفَةࣰ مِّن مَّنِیࣲّ یُمۡنَىٰ

    Alam Jak noetfa min Mani Joemna

    Was hij niet eerst een droppel zaad, die zich gemakkelijk verliest?

  38. 38 ثُمَّ كَانَ عَلَقَةࣰ فَخَلَقَ فَسَوَّىٰ

    thoemma kana alaka fachalak Fesewwā

    Later was hij een weinig gestold bloed; en God vormde hem in eene juiste evenredigheid.

  39. 39 فَجَعَلَ مِنۡهُ ٱلزَّوۡجَیۡنِ ٱلذَّكَرَ وَٱلۡأُنثَىٰۤ

    fadzjala minhu Al-zawdjain Al-dhakara Wal-oensaa

    En maakte twee seksen van hem: den man en de vrouw.

  40. 40 أَلَیۡسَ ذَ ٰ⁠لِكَ بِقَـٰدِرٍ عَلَىٰۤ أَن یُحۡـِۧیَ ٱلۡمَوۡتَىٰ

    alejsa dha geloof leka bekadir an Yoehya Al mauta

    Is hij die dit gedaan heeft, niet in staat de dooden te doen herleven?

This surah in other languages