Goddestination

Al-Alaq

Al-Alaq

De Bloedklonter

19 ayahsMeccanNederlands

Now playing Watch on YouTube

بِسۡمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحۡمَـٰنِ ٱلرَّحِیمِ

Bismi Allah Ar-Rahman Ar-Rahim

  1. 1 ٱقۡرَأۡ بِٱسۡمِ رَبِّكَ ٱلَّذِی خَلَقَ

    Iqra besmi Rabbi-k al-ladhie khalak

    Lees in naam van uwen Heer, die alle dingen heeft geschapen.

  2. 2 خَلَقَ ٱلۡإِنسَـٰنَ مِنۡ عَلَقٍ

    khalak Al-insan alakin

    Die den mensch van gestold bloed schiep.

  3. 3 ٱقۡرَأۡ وَرَبُّكَ ٱلۡأَكۡرَمُ

    Iqra Wa rabboeka Al-akramo

    Lees; want uw Heer is de weldadigste;

  4. 4 ٱلَّذِی عَلَّمَ بِٱلۡقَلَمِ

    al-ladhie allama Bil-kalami

    Die (den mensch) het gebruik van de pen leerde;

  5. 5 عَلَّمَ ٱلۡإِنسَـٰنَ مَا لَمۡ یَعۡلَمۡ

    allama Al-insan ma lam jalem

    Die den mensch leerde, wat hij niet kende.

  6. 6 كَلَّاۤ إِنَّ ٱلۡإِنسَـٰنَ لَیَطۡغَىٰۤ

    Inna Al-insan Lajtgha

    Waarlijk. Maar de mensch wordt weêrspannig.

  7. 7 أَن رَّءَاهُ ٱسۡتَغۡنَىٰۤ

    an raahu Istagnia

    Omdat hij ziet, dat hij overvloedige rijkdommen heeft.

  8. 8 إِنَّ إِلَىٰ رَبِّكَ ٱلرُّجۡعَىٰۤ

    Inna iela Rabbi-k Ar-roedjaa

    Waarlijk, tot uw Heer zal de terugkeer van alles zijn.

  9. 9 أَرَءَیۡتَ ٱلَّذِی یَنۡهَىٰ

    Araita al-ladhie janha

    Wat denkt gij van hem, die verbiedt.

  10. 10 عَبۡدًا إِذَا صَلَّىٰۤ

    abdan ieza Salla

    Onzen dienaar als hij bidt?

  11. 11 أَرَءَیۡتَ إِن كَانَ عَلَى ٱلۡهُدَىٰۤ

    Araita in kana allai Alhoedaa

    Wat denkt gij, indien hij de ware richting zou volgen.

  12. 12 أَوۡ أَمَرَ بِٱلتَّقۡوَىٰۤ

    au amara Bil-takwa

    Of vroomheid bevelen?

  13. 13 أَرَءَیۡتَ إِن كَذَّبَ وَتَوَلَّىٰۤ

    Araita in kazzaba wa tawalla

    Wat denkt gij, indien hij de goddelijke openbaringen van valschheid beschuldigt, en zijn rug toewendt?

  14. 14 أَلَمۡ یَعۡلَم بِأَنَّ ٱللَّهَ یَرَىٰ

    Alam be-anna Allah Jara

    Weet hij niet, dat God het ziet?

  15. 15 كَلَّا لَىِٕن لَّمۡ یَنتَهِ لَنَسۡفَعَۢا بِٱلنَّاصِیَةِ

    lajin Lem djentaha Lanasfa'a be-nna-sie-ja-tie

    Ja, waarlijk indien hij niet ophoudt, zullen wij hem bij de haren van zijn voorhoofd grijpen,

  16. 16 نَاصِیَةࣲ كَـٰذِبَةٍ خَاطِئَةࣲ

    nasijat kazieba hatiea

    Van zijn leugenachtig en zondig voorhoofd.

  17. 17 فَلۡیَدۡعُ نَادِیَهُۥ

    falidu Nadia

    En laat hem zijn raad te zijner hulpe roepen.

  18. 18 سَنَدۡعُ ٱلزَّبَانِیَةَ

    sandu Al-zabania

    Ook wij zullen de helsche wachten roepen, om hem in de hel te werpen.

  19. 19 كَلَّا لَا تُطِعۡهُ وَٱسۡجُدۡ وَٱقۡتَرِب ۩

    toetieh wasjoed Waktarib

    Waarlijk, gehoorzaam hem niet, maar ga voort God te aanbidden, en tracht hem te naderen.

This surah in other languages